Begin september hebben J-P en ik de Pyreneeën eens van dichtbij bekeken. Hierbij een verslagje met wat foto's uit de helaas wat stoffige camera.
Op de snelweg naar het zuiden hielden we het amper een dagje vol. Telkens stoppen om wakker te blijven kostte erg veel tijd, dus binnendoor bleek maar weer eens BETER.
Eenmaal van de snelweg af, net voor Cluny, was het eigenlijk meteen feest. Erg genoten van de Bourgogne.

En van de (rollercoasterbochtjes en 'broodjes' in de) Auvergne.

Vervolgens de route van Louise opgepikt naar het zuiden, onder het motto 'Leuk rijden en toch redelijk opschieten'.
Veel mooie uitzichten, onder meer over het Lac de Garabit:

Verder via de Corbières, langs de Nielle:

De bergen in via Sournia, met de hoogste toppen in de verte nog in de nevel.

Stopje onder een prachtige plataan in Ille-sur-Têt, wel jammer voor m'n kofferophanging dat er paaltjes staan en dat mijn motor wat breder is dan ik dacht.

De D618 in de richting van Amélie-les-Bains was een topper. Dit was zo'n beetje halverwege

Voor een paar dagen neergestreken in het gezellige Frans-Catalaanse stadje Prats-de-Mollo, net voor de Spaanse grens.

Dagtripje gemaakt Spanje in, via de col d'Ares:

Leuke, soms listige slingerwegen naar Oix.

Langs Castelfollit de la Roca:

We rijden een stukje N260, de Coll de Coubet en Coll de Canes. Voor doorgaand verkeer is er een grotere weg, dus je hebt alle ruimte. Nou ja, als er geen Duitse toerist voor je zit die je alleen op een blinde helling wil laten passeren.

Even stoppen kan natuurlijk ook altijd dan

Hebben we tenminste tijd om van gedachten te wisselen met wat vriendelijker wezens (alhoewel...?).

Bij Ribes afslag genomen richting Brugurea en daar de mooiste col ooit gereden. Een griezelig betonbaantje, soms half overgroeid met vlinderstruiken. Diepe afgronden. Leuke uitdaging voor iemand met hoogtevrees.
Eenmaal boven hebben we zicht op bergen waarvan we beneden het bestaan niet hadden vermoed. En gelukkig komen we pas bij de top andere levende zielen tegen, een geitenkudde met hoedster.


We brengen een dagje zonder motor door in Prats, en beklimmen van het fort waarvandaan men vroeger de Spanjaarden in de gaten hield. Vanaf het fort hebben we een mooi uitzicht over het lager geleden dorp. Gelukkig maar, want onze moeite wordt niet beloond: het fort is vandaag niet geopend voor bezoekers.

Als we weer beneden komen, moeten we ons nog haasten om voor het onweer op de camping terug te zijn. Gelukkig staat er op de camping een tafelvoetbalspel

De volgende dag een tripje naar het noorden gemaakt, een mooie, deels ongeasfalteerde col naar de Tour de Batére.



Dan via de betoverende D13 richting Prades.


De volgende ochtend het tentje ingepakt en maar eens verder getrokken, vanuit Prats-de-Mollo naar het westen, via Ripoll en Berga naar de Coll de Jou.



Vanwege de dreigende luchten niet naar Andorra gereden maar wat meer naar het westen, via de schitterende Coll de Creu de Perves. De N260 is daarvoor een beetje aan de saaie kant, maar die col vergoedt veel.
In Pont de Suert een hotelletje gezocht, want ondanks de koerswijziging valt aan het onweer niet te ontkomen.

Lelijk stadje, Pont de Suert, maar men kan het er wel goed gezellig maken. Tot half vijf maandagochtend live-muziek.
De dag erna verder westwaarts getrokken. Afslag naar de Coll de Espina gemist omdat ik zo onder de indruk ben van het bergmassief ten noorden van ons. Pas als we 18km onderweg zijn, bedenk ik dat we al na 7km hadden moeten afslaan
Voor de derde keer in twee dagen komen we hetzelfde tiental Duitsers tegen, grappig. Op het gemak genoten van de Congoste de Ventamillo (nog altijd de N260):

In de omgeving van Ainsa heeft de N260 veel weg van een snelweg. Links en rechts zie je af en toe de afgedankte weg liggen. Ook op onze Garmin kronkelt de weg erop los, maar helaas...
Het grappige is wel dat die moderne superhighway opeens weer ophoudt en overgaat in een heel oud, versleten weggetje dat langs de bergwanden kronkelt. J-P stopt even om deze foto te maken:

Helaas wordt hij daarbij over het hoofd gezien door een achteruit rijdende automobilist. Gelukkig valt hij de goede kant op en valt de schade mee.
We rijden dus lekker verder naar het westen, in het gezelschap van wat sportieve rijders via Broto naar Biescas. Heerlijk bochtjes draaien. In Biescas nemen we afscheid van onze collega's en krijgen we een thumbs-up
In Jaca worden we aangehouden door bewapende agenten van de Guardia Civil. Op de onverstaanbare vraag van een agent antwoord ik 'No comprendo' en prompt mogen we doorrijden. Tsja...
We slaan af naar de Valle de Hecho.

Van niets (Hecho) naar nergens (Anso) heeft men net een racebaan neergelegd, maar even verderop zit de weg weer gewoon vol met gaten

De navigatrice vermaakt zich hier wel

Via een lekker bosrijk gebied komen we uiteindelijk uit in Ochagavia, een mooie uitvalsbasis voor uitstapjes in allerlei richtingen.

De volgende dag gaan we eerst terug in zuidoostelijke richting, naar het Monasterio de San Juan de la Pena, dat onder een rots is gebouwd.

Verder door een fascinerend maanlandschap richting Triste.


Langs de stuwdam in de Rio Gallego...

Naar Los Mallos.

En weer naar het westen... Even tanken, kan hier gerust met een

De dag erna bij slecht weer genietst in het charmante Ochagavia...

...om vervolgens te besluiten huiswaarts te keren wegens de bar slechte weersverwachtingen voor de komende week.
De twee dagen erna oneindig veel regen gezien op weg naar huis. Pas in Parijs werd het droog
Meer foto's zijn hier te vinden.












